Dinosaurus
Toen Julia mijn stamcafé binnenliep met haar nieuwe vriendje, zag ik gelijk wat voor type het was.
Hetzelfde soort gast waar ze altijd op valt.
Keurig kort kapsel, net in het pak, knap, maar op een oninteressante doorsneemanier, en met een fake glimlach strak op zijn smoel geplakt. Het soort figuur dat in je gezicht de toffe gast speelt, maar onmiddellijk een mes in je rug steekt wanneer je hem de kans geeft.
Elke keer als mijn zus een nieuwe vlam heeft, voeren we hetzelfde toneelstukje op. Juul wil dat ik hem geweldig vind; ik doe mijn best, maar een paar maanden later is het uit en is alles voor niks geweest.
Bert heette deze.
Berrrrt.
Typisch een naam voor een flapdrol.
Ik vroeg Bert of hij niet een beetje te oud was voor mijn zus (op een luchtige manier, zodat het een grapje leek).
Hij keek alsof hij water zag branden en mompelde iets onverstaanbaars.
Nul komma nul humor. Wat een verrassing!
Nadat Julia had voorgesteld om wat te drinken te bestellen, riep Bert gelijk dat hij het wel zou halen en dat het ‘zijn rondje’ was.
Oh mijn God.
Dit is mijn rondje. Dat zeggen mensen alleen om te laten zien hoeveel geld ze wel niet te besteden hebben. Of wanneer ze indruk willen maken op de familie van hun nieuwe vriendinnetje.
Toen de drankjes op tafel stonden, begon ik Bert serieus te ondervragen.
Hij bleek een ‘paleontoloog’ te zijn.
Dat klonk als een compleet verzonnen functie, maar nadat ik het woord onder tafel had gegoogeld, raakte ik geïnteresseerd.
Iemand die onderzoek doet naar uitgestorven dieren.
Dinosaurussen.
Mijn terrein.
Ik schoof mijn stoel wat dichter bij de tafel en vroeg Bert of hij me iets kon vertellen over zijn werk.
Hij begon gelijk aan een heel lang verhaal, duidelijk meer op zijn gemak nu we het hadden over iets waar hij zogenaamd verstand van had. Ik moest moeite doen om mijn aandacht erbij te houden, maar wat ik opving was precies wat ik had verwacht.
Dinosaurussen leefden 200 miljoen jaar geleden, het waren simpele reptielen; sommige soorten aten vlees, maar andere hielden het bij planten, blieblabloe….
Toen hij klaar was, vroeg ik Bert zo rustig mogelijk of hij zijn eigen verhaal daadwerkelijk geloofde.
‘Ja, natuurlijk,’ zei hij, maar het kwam er niet overtuigend uit.
Ik schudde mijn hoofd en net toen ik diep ademhaalde, schopte Julia me onder tafel hard tegen de schenen.
Ze wist wat er ging komen.
Dit was het perfecte moment voor mijn theorie.
In het kort komt het hierop neer: dinosaurussen waren veel verder ontwikkeld dan wij denken. Daar ben ik heilig van overtuigd. Ga maar na: ze hebben honderden miljoenen jaren langer geleefd dan wij, en dus veel meer tijd gehad om door te evolueren. Als je ziet hoe intelligent mensen zijn geworden in niet meer dan een paar duizend jaar, dan is het alleen maar logisch dat dinosaurussen (minstens) tien keer zo slim waren. Ik vermoed dat ze een enorm subtiele en gecompliceerde taal spraken, in extreem geavanceerde (vliegende) auto’s reden en eventueel zelfs beschikten over ruimteschepen. Het zou me niet verbazen als we over een paar jaar ontdekken dat dinosaurussen de eerste astronauten waren.
Ik legde mijn hele theorie zo helder mogelijk aan Bert uit — het expres zo simpel mogelijk houdend, alsof ik tegen een kind aan het praten was — maar het was duidelijk dat hij het niet helemaal kon (of wilde) volgen.
Nadat ik klaar was, lachte hij een beetje schaapachtig en vroeg of ik een grapje maakte.
Typische reactie. Mensen vinden het niet prettig als er vraagtekens worden gezet bij hun zogenaamde ‘waarheden’.
Bert keek Julia aan, duidelijk op zoek naar wat steun, en zei na een korte pauze dat hij mijn verhaal niet echt geloofwaardig vond, maar dat ik natuurlijk ‘recht had op mijn mening’.
‘God, wat aardig! Bedankt!’ zei ik, zo sarcastisch mogelijk.
Julia sloeg een arm om haar vriendje heen en vroeg of we het gezellig konden houden, terwijl ze me boos bleef aankijken. Ze begon over haar nieuwe baantje in de lokale bibliotheek en hoe vre-se-lijk leuk het daar wel niet was, maar zo makkelijk liet ik me niet afschepen.
Ik boog me voorover en pakte Bert bij de arm.
‘Geloof jij dat dinosaurussen zijn uitgestorven door de inslag van een komeet?’ vroeg ik.
Bert dacht even na en zei toen dat een komeetinslag de ‘wetenschappelijk geaccepteerde’ verklaring was.
‘Oh, joepie, het is we-ten-schapp-elijk geaccepteerd,’ herhaalde ik, met een grappig bekakt stemmetje. ‘Een grote steen uit de ruimte! Heb je enig idee hoe onwaarschijnlijk dat klinkt? Als er om de zoveel tijd kometen op aarde inslaan, waarom hebben wij er dan nooit last van?’
Schaakmat.
Bert wilde iets terugzeggen, maar ik was nu op stoom.
‘Is het niet veel en veel waarschijnlijker dat de dinosaurussen zichzelf hebben vernietigd, bijvoorbeeld door een burgeroorlog of tijdens het uitvoeren van een wetenschappelijk experiment? Iets met kernfusie of zo?’
‘Die theorie lijkt me moeilijk te bewijzen,’ zei Bert. Hij klonk nu jankerig, als een kleuter wiens ijsje ik had afgepakt.
Moeilijk te bewijzen.
Hallo? Natuurlijk is het moeilijk te bewijzen. We hebben het over zestig miljoen jaar geleden.
Ik besloot ter plekke om het gesprek te beëindigen.
‘Succes in je fantasiewereld, Bert!’ zei ik.
Bert mompelde nu iets in het oor van Julia.
‘Wat zeg je?’
‘Dat je onzin uitkraamt!!’ riep hij.
Een paar minuten later vertrokken Julia en Bert, omdat ze te laat waren voor een overduidelijk verzonnen afspraak.
Die avond belde Julia.
Ik kon horen dat ze had gehuild.
Ik moest aanhoren hoe lief Bert was; een tedere man die nooit met iemand ruzie had, en wat een klootzak ik wel niet was om hem zo in verlegenheid te brengen.
Ik kreeg de indruk dat deze relatie serieuzer was dan de nikserige verkeringkjes die Juul normaal heeft.
Dat zette me aan het denken.
Misschien was ik te hard geweest.
Aan het einde van het gesprek vroeg ik Julia om het nummer van Bert en beloofde hem morgen een aardig berichtje te sturen, om het goed te maken.
Want zo ben ik ook.
Soms moet je als mens over je gelijk heen kunnen stappen.
Bert en ik hebben een andere mening over de geschiedenis van de dinosaurus, maar dat hoeft geen probleem te zijn.
Mijn theorie is logisch, maar — als ik heel eerlijk ben — niet honderd procent sluitend.
Weet je wat? Het zou zomaar kunnen dat de waarheid ergens in het midden ligt.


Je moet wel deels gelijk hebben. Reptielen besturen nu toch ook nog de wereld? 🤔